Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2022:2750

Rechtbank Noord-Nederland · 29 juni 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 29 juni 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:2750

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser kreeg van het IMG € 32.323,78, maar geen vergoeding voor drie schades die volgens de deskundigen gelijk waren aan in 2014 bij de NAM gemelde en via een voucher afgehandelde schades. De rechtbank oordeelt dat het IMG op grond van art. 2 lid 4 onder a TwG niet bevoegd is, er geen verergering is en geen grond voor de hardheidsclausule bestaat. Beroep ongegrond.

Citaat (regel 51)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “Op 23 juli 2020 heeft eiser, op grond van de Tijdelijke wet Groningen (de TwG), een aanvraag ingediend tot schadevergoeding voor het gebouw aan de [adres] (hierna: de woning).”
  • Kwesties

    • Eerder behandelde schade

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 47, r.o. 5.3)
      “De rechtbank ziet in het in beroep gevoerde betoog geen grond gelegen voor het oordeel dat verweerder zich niet op het standpunt kan stellen dat zich de in artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van de TwG beschreven situatie voordoet.”
    • Vergewisplicht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43, r.o. 4.4)
      “De rechtbank ziet in het in beroep gevoerde betoog -na het bekijken van de foto’s in de rapporten uit 2014 en 2021- geen grond gelegen voor het oordeel dat niet van deze conclusie kan worden uitgegaan.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Gedeeltelijk toegewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24, r.o. 1.3)
      “Voor schades 1 tot en met 3 is geen vergoeding toegekend.”
  • Gemachtigde

  • Deskundige

    • NIVRE C&P (ing. R.P.M. Krijns) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43, r.o. 4.4)
      “Daarbij is opnieuw de conclusie getrokken dat de schade identiek is en dat er geen sprake is van verergering.”
    • CED · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 1.2)
      “Die conclusie is gehandhaafd in een op 12 januari 2021 door [naam 2] , deskundige bij deskundigenbureau CED, opgesteld herzien adviesrapport.”
    • Arcadis · partijdeskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 21, r.o. 1.1)
      “Op 4 september 2014 heeft [naam 1] van Arcadis in opdracht van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een schadeopname verricht.”
  • Bedrag

    • € 32.323,78 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “In het besluit van 1 februari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder een vergoeding toegekend van € 32.323,78.”
  • Aantal schades

    • 3 schades · in geschil

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29, r.o. 2.1)
      “Eiser is het niet eens met de afwijzing van een schadevergoeding voor de schades 1 tot en met 3”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 11 februari 2022

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 15)
      “In het besluit van 11 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 1 februari 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “In het besluit van 1 februari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder een vergoeding toegekend van € 32.323,78.”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 5.3

    Goedgekeurd

    Voor schade die vóór 31 maart 2017 bij de NAM of het CVW is gemeld, is het IMG als hoofdregel niet bevoegd (art. 2 lid 4 onder a TwG).

    “De wetgever heeft er bewust voor gekozen om verweerder -als hoofdregel- geen bevoegdheid te geven te beslissen over de vóór 31 maart 2017 gemelde schade”
  2. r.o. 4.4

    Goedgekeurd

    De deskundige mocht concluderen dat de schades identiek zijn aan de in 2014 opgenomen schades en niet zijn verergerd.

    “De rechtbank ziet in het in beroep gevoerde betoog -na het bekijken van de foto’s in de rapporten uit 2014 en 2021- geen grond gelegen voor het oordeel dat niet van deze conclusie kan worden uitgegaan.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade / Fysieke schade Op grond van artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van de TwG is verweerder niet bevoegd om de aanvraag om vergoeding van schade te behandelen. Het beroep is ongegrond

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 22/661
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2022 in de zaak tussen
6[eiser] , uit [plaats] , eiser,
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder
9(gemachtigde: mr. P. Zoeten).
10Procesverloop
11Op 23 juli 2020 heeft eiser, op grond van de Tijdelijke wet Groningen (de TwG), een aanvraag ingediend tot schadevergoeding voor het gebouw aan de [adres] (hierna: de woning).
12In het besluit van 1 februari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder een vergoeding toegekend van € 32.323,78.
13Eiser heeft op 22 februari 2021 tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.
14Op 13 oktober 2021 heeft eiser zijn bezwaren tegen het primaire besluit tijdens een hoorzitting nader toegelicht.
15In het besluit van 11 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
16Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en in maart 2022 gronden ingediend.
17Verweerder heeft op 10 juni 2022 een verweerschrift ingediend.
18De rechtbank heeft het beroep op 21 juni 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is verschenen ing. R.P.M. Krijns, als deskundige aangesloten bij NIVRE C&P.
19Overwegingen
201. De rechtbank gaat uit van het volgende.
211.1. Op 16 mei 2014 heeft eiser een aanvraag ingediend voor vergoeding van bevingsschade aan de woning. Op 4 september 2014 heeft [naam 1] van Arcadis in opdracht van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een schadeopname verricht.
22De bevindingen zijn opgenomen in het taxatierapport bevingsschade melding 21210 (NAM 0021210) van 20 oktober 2014. In dit rapport zijn waargenomen schades gecategoriseerd als C (schade die niet zelfstandig in verband gebracht kan worden met aardbevingen). Tevens is een voucherdossier opgemaakt, welk aanbod door eiser op 31 januari 2018 is geaccepteerd (NAM0207927, bijlage 4).
231.2. Op 23 juli 2020 heeft eiser op grond van de TwG een aanvraag ingediend tot schadevergoeding. Op 19 november 2020 is een adviesrapport uitgebracht. Daarbij is geconcludeerd dat schades 1 tot en met 3 gelijk zijn aan eerder behandelde schade. Die conclusie is gehandhaafd in een op 12 januari 2021 door [naam 2] , deskundige bij deskundigenbureau CED, opgesteld herzien adviesrapport.
241.3. In het primaire besluit van 1 februari 2021 heeft verweerder aan eiser op grond van de TwG een schadevergoeding van € 32.323,78, inclusief wettelijke rente en bijkomende kosten, toegekend. Voor schades 1 tot en met 3 is geen vergoeding toegekend.
251.4. Tegen het primaire besluit heeft eiser bezwaar gemaakt. In het kader van de behandeling van het bezwaarschrift heeft [naam 3] , deskundige bij deskundigenbureau CED, zijn bevindingen over schades 1 tot en met 3 vastgelegd in een adviesrapport van
2625 juni 2021. Eiser heeft vervolgens op 15 juli 2021 een zienswijze ingediend.
271.5. Op 13 oktober 2021 heeft eiser zijn bezwaren mondeling toegelicht tijdens een hoorzitting. In reactie hierop heeft deskundige Krijns naar voren gebracht dat als hij de schades 1 tot en met 3 vergelijkt met eerder opgenomen schades, de schades dezelfde lengte en verloop hebben. Daarbij is opgemerkt dat ook als er een paar millimeter verschil zou zijn, dit geen verschil maakt voor de herstelkosten van de schade.
282. Bij het bestreden besluit van 11 februari 2022 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
292.1. Eiser is het niet eens met de afwijzing van een schadevergoeding voor de schades 1 tot en met 3 en voert in beroep aan dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat de schades eerder zijn behandeld en zijn afgewezen en dat de scheuren niet zijn verergerd.
30Volgens eiser is bij schade 1 de scheur groter geworden en lopen ook bij schades 2 en 3 de scheuren verder door dan in 2014.
312.2. In het verweerschrift heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat zich de in artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van de TwG beschreven situatie voordoet. Verweerder heeft verder naar voren gebracht geen aanleiding te zien voor toepassing van de in artikel 2, vijfde lid, van de TwG neergelegde hardheidsclausule.
323. De rechtbank dient het besluit op bezwaar van 11 februari 2022 te beoordelen. Daarin is genoegzaam ingegaan op hetgeen -in de pleitnota- over de inschakeling van de deskundigen is opgemerkt. Het betoog van eiser hierover kan niet leiden tot vernietiging van het besluit op bezwaar.
334. Op grond van artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van de TwG is verweerder niet bevoegd om een aanvraag om vergoeding van schade te behandelen indien deze schade betreft waarvoor voor 31 maart 2017, 12:00 uur een schademelding – of claim is voorgelegd aan het Centrum Veilig Wonen of de exploitant.
344.1. In het rapport van 20 oktober 2014 zijn onder meer de volgende schades vermeld:
35- (2) linker zijgevel achter, lichte scheur in metselwerk op hoek van de gevel. Geen dilatatie aanwezig. Schade niet recent;
36- (3) achtergevel, lichte scheuren in metselwerk naast kozijn onder betonnen latei;
37- (4) achtergevel, lichte scheur: scheuren in metselwerk tussen kozijnen onder betonnen constructie dak.
384.2. In het herzien adviesrapport van 12 januari 2021 is het volgende geconcludeerd:
39- schade 1 is gelijk aan schade 3, foto 26 en 27 uit het rapport van 20 oktober 2014;
40- schade 2 is gelijk aan schade 2, foto 27 en 28 uit het rapport van 20 oktober 2014;
41- schade 3 is gelijk aan schade 4, foto 44 t/m 49 uit het rapport van 20 oktober 2014.
424.3. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), waaronder de uitspraak van 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4250), mag een bestuursorgaan, als in een advies van een door dat bestuursorgaan benoemde deskundige op objectieve en onpartijdige wijze verslag is gedaan van het door de deskundige verrichte onderzoek en op inzichtelijke wijze is aangegeven welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, bij het nemen van een besluit van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid naar voren zijn gebracht.
434.4. In beroep is een nader advies van deskundige Krijns van 10 juni 2022 overgelegd, waarin is ingegaan op de in beroep door eiser betrokken stellingen. Daarbij is opnieuw de conclusie getrokken dat de schade identiek is en dat er geen sprake is van verergering. De rechtbank ziet in het in beroep gevoerde betoog -na het bekijken van de foto’s in de rapporten uit 2014 en 2021- geen grond gelegen voor het oordeel dat niet van deze conclusie kan worden uitgegaan.
445. Verweerder kan op grond van artikel 2, vijfde lid, van de TwG, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van het bepaalde in het vierde lid, aanhef en onder a, ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.
455.1. Verweerder heeft in het verweerschrift uiteengezet dat niet is gebleken van onbillijkheden van overwegende aard. Ook is verweerder niet gebleken van een buitengewoon procesverloop. Daarbij is overwogen dat eiser kennelijk heeft berust in de uitkomst van de procedure bij de NAM en dat met acceptatie van de voucher de schades zijn afgehandeld. Volgens verweerder is dit een situatie die de wetgever voor ogen heeft gehad bij het opstellen van artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van de TwG.
465.2. In het nader advies van 10 juni 2022 is -volledigheidshalve- de schade bekeken en is dezelfde conclusie getrokken als in het rapport uit 2014. Daarbij is ook genoemd dat bij de maximaal opgetreden trillingssnelheid verergering uiterst onwaarschijnlijk is.
475.3. De wetgever heeft er bewust voor gekozen om verweerder -als hoofdregel- geen bevoegdheid te geven te beslissen over de vóór 31 maart 2017 gemelde schade (vgl. de uitspraken van 28 juni 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:2833, en 9 maart 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:816). De rechtbank ziet in het in beroep gevoerde betoog geen grond gelegen voor het oordeel dat verweerder zich niet op het standpunt kan stellen dat zich de in artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van de TwG beschreven situatie voordoet.
486. Het beroep is ongegrond.
497. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
50Beslissing
51De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
52Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van
53mr. S.J. Versteeg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2022.
54griffier rechter
55Afschrift verzonden aan partijen op:
56Rechtsmiddel
57Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.