Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2022:1387

Rechtbank Noord-Nederland · 15 april 2022 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 15 april 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1387

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiseres vroeg vergoeding van vijf schades aan haar woning; het IMG wees af omdat thermische werking de uitsluitende oorzaak zou zijn. Eiseres wees op het ontstaansmoment na een beving. De rechtbank volgt de deskundigen, acht het bewijsvermoeden weerlegd en verklaart het beroep ongegrond.

Citaat (regel 36)
“4.2. Uit het bovenstaande volgt dat het beroep ongegrond is.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “In het besluit van 24 februari 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag tot vergoeding van schade veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten afgewezen.”
  • Kwesties

    • Bewijsvermoeden

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 27, r.o. 2.1)
      “Het bewijsvermoeden van artikel 6:177a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek is daarom van toepassing.”
    • Maatstaf voor weerlegging

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33)
      “3.3. De rechtbank is van oordeel dat de door verweerder ingeschakelde deskundigen in de adviesrapporten op inzichtelijke wijze een andere uitsluitende oorzaak hebben aangewezen.”
    • Vergewisplicht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35, r.o. 4.1)
      “Verweerder heeft zich mogen baseren op de bevindingen van de deskundigen omdat er geen concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan hun conclusies.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Afgewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 22)
      “1.5. Verweerder heeft in het besluit van 24 februari 2021 de aanvraag afgewezen en geen vergoeding aan eiseres toegekend.”
  • Gemachtigde

  • Deskundige

    • NIVRE (J. Dijkstra) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 1.3)
      “Deskundige J. Dijkstra van deskundigenbureau NIVRE heeft, in opdracht van verweerder, een adviesrapport uitgebracht aan de hand van de foto’s van de aannemer.”
    • NIVRE (Krijns) · nader advies · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25)
      “1.8. Deskundige Krijns heeft in opdracht van verweerder in beroep een nader advies uitgebracht over de vijf schades.”
  • Aantal schades

  • Trillingssterkte

    • 6,73 mm/s · kansniveau 1% · op de locatie

      Goedgekeurd

      zoals genoemd in de uitspraak, met kansniveau en bron

      Citaat (regel 32, r.o. 3.2)
      “gelet op de maximale trillingssnelheid van 6,73 mm/s met een overschrijdingskans van 1 %, verergerd zijn door mijnbouwactiviteiten”
  • Ligging

    • Boven het Groningenveld

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 27, r.o. 2.1)
      “De woning waar het hier om gaat is gelegen in het gebied dat wordt beïnvloed door beweging van de bodem als gevolg van mijnbouwactiviteiten ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 15 oktober 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “In het besluit van 15 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 24 februari 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “In het besluit van 24 februari 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag tot vergoeding van schade veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten afgewezen.”

Niet genoemd in de uitspraak: bedragen, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 3.3

    Goedgekeurd

    Het enkele door eiseres gestelde ontstaansmoment na een beving weegt niet op tegen de inzichtelijke deskundigenrapporten; zonder contra-expertise geen twijfel.

    “Zo heeft ze bijvoorbeeld geen contra-expertise ingebracht.”
  2. r.o. 3.3

    Goedgekeurd

    Gelet op de eensluidende deskundigen is het niet relevant of de schade voor of na de aankoop in 2018 is ontstaan.

    “Daarbij is het niet relevant of de schade vóór of ná 2018 is ontstaan.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouwschade. De vraag is of verweerder, gelet op het door eiseres aangevoerde ontstaansmoment van de schade, terecht het bewijsvermoeden weerlegd heeft geacht.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 21/3630
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2022 in de zaak tussen
6[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder
9(gemachtigde: S.C. Goldbohm).
10Procesverloop
11In het besluit van 24 februari 2021 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag tot vergoeding van schade veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten afgewezen. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
12In het besluit van 15 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
13Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
14Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
15De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2022 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en deskundige R.P.M. Krijns van deskundigenbureau NIVRE.
16Overwegingen
171. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
181.1. Op 1 maart 2020 heeft eiseres een ‘Aanvraag vergoeding schade door mijnbouw’ ingediend bij verweerder. De aanvraag heeft betrekking op de woning aan de [adres] te [woonplaats] (de woning).
191.2. Eiseres heeft bij de aanvraag aangegeven gebruik te willen maken van de aannemersvariant.
201.3. Op 10 juni 2020 heeft een vertegenwoordiger van BFN Schadeherstel (de aannemer) de schade aan de woning opgenomen. Deskundige J. Dijkstra van deskundigenbureau NIVRE heeft, in opdracht van verweerder, een adviesrapport uitgebracht aan de hand van de foto’s van de aannemer. Het rapport bespreekt vijf schades.
211.4. Op 28 januari 2021 heeft deskundige Dijkstra, naar aanleiding van een zienswijze van eiseres, een herzien adviesrapport uitgebracht.
221.5. Verweerder heeft in het besluit van 24 februari 2021 de aanvraag afgewezen en geen vergoeding aan eiseres toegekend. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.
231.6. Tijdens de hoorzitting in bezwaar was deskundige Krijns van NIVRE aanwezig.
241.7. Verweerder heeft in het bestreden besluit het bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten.
251.8. Deskundige Krijns heeft in opdracht van verweerder in beroep een nader advies uitgebracht over de vijf schades.
262. De rechtbank overweegt als volgt.
272.1. De woning waar het hier om gaat is gelegen in het gebied dat wordt beïnvloed door beweging van de bodem als gevolg van mijnbouwactiviteiten ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld. Het bewijsvermoeden van artikel 6:177a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek is daarom van toepassing. Het bewijsvermoeden is, zoals het beleid van verweerder bepaalt, weerlegd als evident en aantoonbaar een andere oorzaak als uitsluitende oorzaak voor de fysieke schade valt aan te wijzen dan beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld.
282.2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat een bestuursorgaan, indien in een advies van een door dat bestuursorgaan benoemde deskundige op objectieve en onpartijdige wijze verslag is gedaan van het door de deskundige verrichte onderzoek en daarin op inzichtelijke wijze is aangegeven welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, bij het nemen van een besluit van dat advies mag uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht. Het ligt op de weg van eiseres om deze aanknopingspunten naar voren te brengen.
293.1. Eiseres voert aan dat het bewijsvermoeden niet is weerlegd. De schades zijn pas na aanschaf van de woning ontstaan. Na de beving in Westerwijtwerd, in de ochtend van 23 mei 2019, lag er gruis op de grond in de hal. Hieruit volgt dat de schade in de hal op dat moment is ontstaan en dus is veroorzaakt door de beving.
30Daarnaast is de muur waar schade 5 zich bevindt, na aanschaf van de woning in 2018, donkergrijs geschilderd. De deskundige heeft aangegeven dat het om een oude scheur gaat omdat er geen witte breukvlakken zichtbaar zijn. Er is wel wit zichtbaar in de scheur. Dit betekent, zo voert eiseres aan, dat de scheur pas is ontstaan nadat de muur is geschilderd en dat het hier dus om een recente scheur gaat. Ook de oud bewoonster van de woning heeft aan eiseres bevestigd dat de scheuren nog niet aanwezig waren in 2018, de scheuren zijn dus na 2018 ontstaan.
31Daarbij merkt eiseres op dat ze zelf heeft aangegeven dat de scheur in de slaapkamer/badkamer er al zat, maar dat deze is verergerd. Voor die schade hoeft geen vergoeding toegekend te worden, zo heeft eiseres tijdens de zitting verklaard. Eiseres wil enkel dat er eerlijk wordt geoordeeld, ze is zelf immers ook eerlijk geweest.
323.2. Verweerder voert aan dat het door eiseres aangegeven tijdstip van ontstaan van de schade niet als vaststaand kan worden aangenomen. Het is bekend dat bewoners in de regel niet bekend zijn met de gebreken die aanwezig zijn in de woning. Deze gebreken worden vaak pas opgemerkt als er een reden is om de woning te inspecteren, bijvoorbeeld nadat een beving heeft plaatsgevonden. Het enkele feit dat de schade is waargenomen na een beving, is onvoldoende om het causale verband vast te stellen. Verweerder wijst erop dat de deskundigen met een voldoende mate van zekerheid een andere uitsluitende oorzaak hebben aangewezen. Voor alle schades geldt, kort gezegd, dat er sprake is van thermische werking. Door werking van de verschillende materialen ontstaan er spanningen die normaliter worden opgevangen door de naden. Nu alle naden zijn dichtgezet met stucwerk, een hard materiaal, ontstaat er scheurvorming in het stucwerk. Daarbij is het hoogst onwaarschijnlijk dat de schades, gelet op de maximale trillingssnelheid van 6,73 mm/s met een overschrijdingskans van 1 %, verergerd zijn door mijnbouwactiviteiten.
333.3. De rechtbank is van oordeel dat de door verweerder ingeschakelde deskundigen in de adviesrapporten op inzichtelijke wijze een andere uitsluitende oorzaak hebben aangewezen. Eiseres heeft, anders dan het ontstaansmoment, de inhoud van de adviesrapporten niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat eiseres daarmee onvoldoende heeft aangedragen om te twijfelen aan de juistheid van de rapporten van de door verweerder ingeschakelde deskundigen. Zo heeft ze bijvoorbeeld geen contra-expertise ingebracht. Haar bezwaren kunnen daarom niet opwegen tegen de beoordeling van de schade door de verschillende deskundigen. De deskundigen zijn het met elkaar eens in hun oordeel over de oorzaak van de schade en hun beoordeling over de verergering steunt mede op wetenschappelijke inzichten over het effect van trillingssnelheden. Daarbij is het niet relevant of de schade vóór of ná 2018 is ontstaan.
34Conclusie
354.1. Verweerder heeft zich mogen baseren op de bevindingen van de deskundigen omdat er geen concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan hun conclusies. Op grond van de rapporten is verweerder ook terecht tot de conclusie gekomen dat het bewijsvermoeden voor alle schades is weerlegd omdat voor de schades met een voldoende mate van zekerheid een andere uitsluitende oorzaak dan bodembeweging door mijnbouwactiviteiten is aangewezen. Het bestreden besluit kan dan ook in stand blijven.
364.2. Uit het bovenstaande volgt dat het beroep ongegrond is.
374.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
38Beslissing
39De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
40Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 april 2022.
41griffier
42rechter
43Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
44Bent u het niet eens met deze uitspraak?
45Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
46 
47[1] Waaronder de uitspraak van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4250.