Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandOngegrond

ECLI:NL:RBNNE:2021:4178

Rechtbank Noord-Nederland · 16 juli 2021 · enkelvoudige kamer · Eerste aanleg - enkelvoudig, Schadevergoedingsuitspraak

Rb. Noord-Nederland 16 juli 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4178

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eiser kreeg vergoeding voor scheuren in de voorgevel, maar het IMG paste op het stralen en op kleur brengen van de gevel een korting nieuw voor oud van 50% toe. De rechtbank vindt die korting redelijk omdat het herstel de door degradatie aangetaste gevel verbetert, ziet geen reformatio in peius en verklaart het beroep ongegrond.

Citaat (regel 40)
“De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 23, r.o. 1.5)
      “Schade 1 betreft scheurvorming in het metselwerk van de voorgevel van de woning.”
  • Kwesties

    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33, r.o. 2.4)
      “Het is naar het oordeel van de rechtbank redelijk om hiermee bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding rekening te houden op de manier waarop verweerder dat heeft gedaan.”
    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35, r.o. 2.6)
      “Gelet hierop kan niet worden gesproken van een benadeling van eiser.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

    • Gedeeltelijk toegewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 27, r.o. 1.7)
      “met een ‘correctie nieuw voor oud’ van 50% op al de door deze deskundige genoemde onderdelen van de vergoeding.”
  • Gemachtigde

    • mr. T.W. Franssen · jurist · namens IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 9)
      “(gemachtigde: mr. T.W. Franssen).”
  • Deskundige

    • expertisebureau NIVRE (M. Boersma) · IMG-deskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 1.2)
      “Boersma heeft het schadebedrag voor de 4 schades berekend op € 3.903,18.”
    • NIVRE (R. Frankort) · deskundige bezwaarcommissie · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33, r.o. 2.4)
      “Het is ook niet in geschil dat een herstel conform de kostenopgaaf van deskundige Frankort een verbetering van de gevel oplevert.”
    • overig (L. Nabben) · IMG-deskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 1.6)
      “Deskundige L. Nabben heeft daar aan de zijde van verweerder een toelichting gegeven op de schade.”
  • Bedrag

    • € 6.594,77 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “In het besluit van 12 mei 2020 (primair besluit) heeft verweerder eiser een schadevergoeding toegekend van € 6.594,77.”
    • € 7.715,09 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “€ 7.715,09 inclusief rente en bijkomende kosten toegekend.”
    • € 831,78 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “Bij besluit van 12 februari 2021 heeft verweerder eiser aanvullend een vergoeding toegekend van € 831,78.”
    • € 7.684,44 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 24, r.o. 1.6)
      “Hij heeft de herstelkosten voor schade 1 gesteld op € 7.684,44”
    • € 6.075,39 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 25, r.o. 1.6)
      “€ 245,30 voor rolsteiger en € 6.075,39 voor stralen en op kleur brengen).”
  • Aantal schades

    • 4 schades · totaal

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 20, r.o. 1.2)
      “In het rapport zijn 4 schades beschreven, die mogelijkerwijs in verband staan met mijnbouwactiviteiten.”
    • 4 schades · toegewezen door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 26, r.o. 1.7)
      “Verweerder heeft de totale schadevergoeding voor de 4 schades vastgesteld op”
    • 1 schade · in geschil

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 30, r.o. 2.1)
      “Het geding ziet uitsluitend op de vergoeding van schade 1.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 8 januari 2021

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “In het besluit van 8 januari 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit gedeeltelijk gegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 12 mei 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “In het besluit van 12 mei 2020 (primair besluit) heeft verweerder eiser een schadevergoeding toegekend van € 6.594,77.”

Niet genoemd in de uitspraak: trillingssterkte, plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 2.4

    Goedgekeurd

    Herstel levert een verbetering op van een door steenkwaliteit gedegradeerde gevel; een korting nieuw voor oud van 50% op stralen en kleuren is redelijk.

    “Daarmee doet zich de situatie voor dat de werkzaamheden een voordeel opleveren dat eiser niet had genoten als er geen mijnbouwactiviteiten waren geweest.”
  2. r.o. 2.4

    Goedgekeurd

    Dat eiser de werkzaamheden niet van plan was, neemt het vermogensvoordeel niet weg.

    “Dat eiser niet van plan was om de werkzaamheden te laten uitvoeren neemt het vermogensvoordeel dat hij in deze situatie heeft niet weg”
  3. r.o. 2.6

    Goedgekeurd

    Geen reformatio in peius, omdat de heroverweging in bezwaar tot een aanvullende uitkering leidde.

    “De uitkomst van de heroverweging was in dit geval dat er een aanvullende uitkering werd toegekend.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Vergoeding mijnbouwschade, ‘nieuw voor oud’.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 21/563
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2021 in de zaak tussen
6[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
7en
8Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder
9(gemachtigde: mr. T.W. Franssen).
10Procesverloop
11In het besluit van 12 mei 2020 (primair besluit) heeft verweerder eiser een schadevergoeding toegekend van € 6.594,77. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.
12In het besluit van 8 januari 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit gedeeltelijk gegrond verklaard. Verweerder heeft eiser een schadevergoeding van
13€ 7.715,09 inclusief rente en bijkomende kosten toegekend. Bij besluit van 12 februari 2021 heeft verweerder eiser aanvullend een vergoeding toegekend van € 831,78.
14Eiser heeft op 16 februari 2021 beroep ingesteld.
15Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
16Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2021. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
17Overwegingen
181. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
191.1 Op 17 juni 2019 heeft eiser een aanvraag tot schadevergoeding door mijnbouw bij verweerder ingediend. De aanvraag heeft betrekking op eisers woning aan [adres] in [woonplaats] .
201.2 Eiser heeft aangegeven voor wat betreft de schadeopname mee te willen doen aan de aannemersvariant. De schade is op 2 augustus 2019 opgenomen door bouwbedrijf Kooi B.V. Aan de hand van de bevindingen heeft de deskundige M. Boersma van expertisebureau NIVRE in opdracht van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (hierna ook: verweerder) op 13 augustus 2019 een adviesrapport uitgebracht. In het rapport zijn 4 schades beschreven, die mogelijkerwijs in verband staan met mijnbouwactiviteiten. Boersma heeft het schadebedrag voor de 4 schades berekend op € 3.903,18.
211.3 Eiser heeft op 24 oktober 2019 zijn zienswijze op het rapport ingebracht. Naar aanleiding van de zienswijze heeft verweerder deskundige Boersma om een nader advies gevraagd. Deskundige Boersma heeft op 20 maart 2020 gerapporteerd. In het rapport is de totale schade berekend op € 6.137,56.
221.4 In het primaire besluit heeft verweerder eiser een schadevergoeding toegekend van € 6.137,56, vermeerderd met rente en bijkomende kosten, in totaal € 6.594,77.
231.5 Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Zijn bezwaar richtte zich tegen de beoordeling van schade 1. Schade 1 betreft scheurvorming in het metselwerk van de voorgevel van de woning.
241.6 De bezwaaradviescommissie heeft deskundige R. Frankort van NIVRE ingeschakeld, die op 14 oktober 2020 heeft gerapporteerd. Hij heeft de herstelkosten voor schade 1 gesteld op € 7.684,44 (= € 1.313,82 voor metselwerk, € 49,93 voor afdekking,
25€ 245,30 voor rolsteiger en € 6.075,39 voor stralen en op kleur brengen). Bij e-mail van 16 oktober 2020 heeft eiser op het rapport gereageerd. Op 2 december 2020 vond een hoorzitting plaats. Deskundige L. Nabben heeft daar aan de zijde van verweerder een toelichting gegeven op de schade.
261.7. In het besluit van 8 januari 2021 heeft verweerder het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard. Verweerder heeft de totale schadevergoeding voor de 4 schades vastgesteld op
27€ 7.715,09. Het bedrag bestaat uit het in het primaire besluit toegekende bedrag vermeerderd met € 843,73 aan herstelkosten, € 250,- aan bijkomende kosten en € 26,59 aan wettelijke rente. Bij de berekening van de hoogte van de herstelkosten voor schade 1 is uitgegaan van de calculatie van deskundige Frankort met een ‘correctie nieuw voor oud’ van 50% op al de door deze deskundige genoemde onderdelen van de vergoeding.
281.8. Bij besluit van 12 februari 2021 heeft verweerder eiser aanvullend schadevergoeding toegekend van € 831,78, bestaande uit € 804,53 aan herstelkosten schade 1 en € 27,25 aan wettelijke rente. Met deze aanvulling zijn de door deskundige Frankort genoemde kostenposten van metselwerk, afdekking en rolsteiger volledig vergoed.
292. De rechtbank overweegt als volgt.
302.1 Het geding ziet uitsluitend op de vergoeding van schade 1. Tussen partijen is niet in geschil dat schade 1 kan zijn veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten, zodat er recht bestaat op vergoeding van de schade. Wel in geschil is de hoogte van de schadevergoeding, meer specifiek, de door verweerder toegepaste korting ‘nieuw voor oud’. Deze korting heeft na het besluit van 12 februari 2021 alleen nog betrekking op het stralen en op kleur brengen van de gevel.
312.2. Eiser is van mening dat de korting niet mocht worden toegepast. De rechtbank begrijpt het zo dat eiser vindt dat hij recht heeft op een volledige vergoeding van de kosten omdat die kosten uiteindelijk het gevolg van de mijnbouwactiviteiten zijn. Eiser was niet voornemens om de muur over te laten sauzen, maar is door de ontstane situatie gedwongen dit niettemin te laten doen.
322.3. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de korting terecht is toegepast, kort gezegd, omdat de gevel door de werkzaamheden in een aanzienlijk betere staat zal worden gebracht dan waarin deze had verkeerd als er geen mijnbouwactviteiten waren geweest.
332.4. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een degradatie van de gevel over de jaren heen die te maken heeft met de kwaliteit van de gebruikte stenen. Dit is ook niet in geschil. Ter zitting sprak eiser in dit verband over een ‘bouwfout’. Het is ook niet in geschil dat een herstel conform de kostenopgaaf van deskundige Frankort een verbetering van de gevel oplevert. Daarmee doet zich de situatie voor dat de werkzaamheden een voordeel opleveren dat eiser niet had genoten als er geen mijnbouwactiviteiten waren geweest. Het is naar het oordeel van de rechtbank redelijk om hiermee bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding rekening te houden op de manier waarop verweerder dat heeft gedaan. Dat eiser niet van plan was om de werkzaamheden te laten uitvoeren neemt het vermogensvoordeel dat hij in deze situatie heeft niet weg en tegen die achtergrond is de verrekening ook niet onredelijk te noemen. Omstandigheden die verrekening wel onredelijk maken, zijn niet gesteld. De beroepsgrond faalt dan ook.
342.5 Op de zitting heeft eiser nog aangevoerd dat er sprake is van reformatio in peius. Hij stelt in dit verband dat in de aanloop naar het primaire besluit er nog niet vanuit werd gegaan dat de gevel bestond uit geglazuurde stenen, dat dit in de bezwaarfase is gecorrigeerd, maar dat toen wel opeens een korting van 50% werd toegepast.
352.6 Ook deze beroepsgrond treft geen doel. Verweerder dient in de bezwaarfase het primaire besluit te heroverwegen (artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht). De uitkomst van de heroverweging was in dit geval dat er een aanvullende uitkering werd toegekend. Gelet hierop kan niet worden gesproken van een benadeling van eiser.
36Conclusie
372.7 Gelet op het bovenstaande, is het beroep van eiser ongegrond.
382.8 Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
39Beslissing
40De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
41Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid van
42mr. J.A. van Loo, griffier, op 16 juli 2021. De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.
43De griffier is buiten staat om deze uitspraak
44mede te ondertekenen.
45rechter
46Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
47Bent u het niet eens met deze uitspraak?
48Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.