Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-Nederlandenkelvoudige kamerSchade aan een pandGegrond, zelf voorzien

ECLI:NL:RBNNE:2021:143

Rechtbank Noord-Nederland · 20 januari 2021 · enkelvoudige kamer · Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig

Rb. Noord-Nederland 20 januari 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:143

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Een woningeigenaar betwistte de herstelkosten voor twee vloerschades en het ontbreken van verhuiskosten. De rechtbank oordeelt dat het IMG het calculatiemodel mocht gebruiken en niet de duurdere Wall2floor-methode hoeft te vergoeden, maar dat de begrote verhuiskosten van € 1.000 ten onrechte ontbraken. Beroep gegrond; de rechtbank stelt de vergoeding zelf vast op € 14.805,42.

Citaat (regel 44)
“- bepaalt dat de aan eiser toe te kennen schadevergoeding € 14.805,42, bedraagt,”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Schade aan een pand

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31, r.o. 9)
      “De rechtbank stelt allereerst vast dat uitsluitend de hoogte van het schadebedrag met betrekking tot de schades 4 en 5 en de verhuiskosten in geschil zijn.”
  • Kwesties

    • Overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32, r.o. 10)
      “Naar het oordeel van de rechtbank mocht de schade op deze manier worden begroot.”
    • Bijkomende kosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35, r.o. 12)
      “De rechtbank houdt het er daarom voor dat sprake is van een verzuim en de verhuiskosten ten onrechte niet zijn toegekend.”
    • Duurzaam herstel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33, r.o. 11)
      “Eiser wil toepassing van het Wall2floor systeem omdat daarmee wordt geborgd dat hij garantie heeft op de (onder)vloer. Daarmee wil hij meer dan een technisch herstel van de schade.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

    • Gegrond, zelf voorzien

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 46)
      “- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het”
  • Gunstig voor

    • Aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 44)
      “- bepaalt dat de aan eiser toe te kennen schadevergoeding € 14.805,42, bedraagt,”
  • Toewijzing

    • Gedeeltelijk toegewezen

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 36, r.o. 12)
      “de toegekende schadevergoeding vermeerderen met € 1.000,--, tot een totaal van € 14.805,42, vermeerderd met wettelijke rente.”
  • Gemachtigde

  • Deskundige

    • overig (R. Buijs) · IMG-deskundige · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 32, r.o. 10)
      “Bij de vaststelling van de hoogte van de herstelkosten zijn de deskundigen uitgegaan van het calculatiemodel dat verweerder standaard gebruikt.”
    • overig (R.F.G. Frankort) · nader advies · rechter volgt het advies

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33, r.o. 11)
      “Dergelijke schade blijkt niet uit de rapportages van de deskundigen, is door Frankort ter zitting ontkend en wordt door eiser niet onderbouwd.”
    • firma Mulder · contra-expert · rechter volgt het advies niet

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 33, r.o. 11)
      “Eiser wordt ook niet gevolgd in zijn standpunt dat de in de factuur Mulder genoemde werkzaamheden moeten worden vergoed.”
  • Bedrag

    • € 13.805,42 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “Bij besluit van 6 december 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser in totaal een bedrag van € 13.805,42 aan schadevergoeding toegekend.”
    • € 14.805,42 · toegewezen door de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 44)
      “- bepaalt dat de aan eiser toe te kennen schadevergoeding € 14.805,42, bedraagt,”
    • € 1.000,00 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35, r.o. 12)
      “€ 1.000,- aan verhuiskosten opgenomen.”
    • € 178,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 48)
      “- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,-- aan eiser te vergoeden;”
    • € 19,32 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 49)
      “- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 19,32.”
  • Aantal schades

    • 2 schades · in geschil

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 31, r.o. 9)
      “De rechtbank stelt allereerst vast dat uitsluitend de hoogte van het schadebedrag met betrekking tot de schades 4 en 5 en de verhuiskosten in geschil zijn.”
  • Trillingssterkte

    • 2 mm/s · grenswaarde

      Goedgekeurd

      zoals genoemd in de uitspraak, met kansniveau en bron

      Citaat (regel 29, r.o. 7)
      “Frankort heeft er hierbij op gewezen dat er sprake dient te zijn van bevingen van meer dan 2 mm/s om cosmetische scheuren te krijgen.”
  • Datum besluit op bezwaar

    • 20 mei 2020

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 12)
      “Bij besluit van 20 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.”
  • Datum primair besluit

    • 6 december 2019

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “Bij besluit van 6 december 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser in totaal een bedrag van € 13.805,42 aan schadevergoeding toegekend.”

Niet genoemd in de uitspraak: plaats.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 10

    Goedgekeurd

    Herstelkosten mochten met het standaard calculatiemodel worden begroot; de factuur van eisers aannemer is ontoereikend.

    “Deze stukken, wat daar verder ook van zij, zijn ontoereikend om niet uit te gaan van de prijzen in het model.”
  2. r.o. 11

    Goedgekeurd

    Herstel via het Wall2floor-systeem gaat verder dan terugbrengen in de oude toestand.

    “Daarmee wil hij meer dan een technisch herstel van de schade.”
  3. r.o. 12

    Goedgekeurd

    Verhuiskosten hoeven nog niet gemaakt te zijn om vergoed te worden; het ontbreken ervan is een verzuim.

    “Die stelling is echter niet houdbaar: de kosten hoeven ook niet al te zijn gemaakt.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Mijnbouw.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
2Zittingsplaats Groningen
3Bestuursrecht
4zaaknummer: LEE 20/1763
5uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2021 in de zaak tussen
6[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
7en
8het Instituut mijnbouwschade Groningen (voorheen de Minister van Economische Zaken en Klimaat), verweerder
9(gemachtigde: mr. K. Winterink).
10Procesverloop
11Bij besluit van 6 december 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser in totaal een bedrag van € 13.805,42 aan schadevergoeding toegekend. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.
12Bij besluit van 20 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
13Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
14Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
15Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2020. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door R.F.G. Frankort.
16Overwegingen
17Feiten
181. Op 24 december 2018 heeft eiser verzocht om vergoeding van schade aan zijn huis aan [adres] te [woonplaats] door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld.
191.1 Op 18 april 2019 heeft bouwbedrijf Iden B.V. uit Noordbroek een schadeopname gedaan in de woning van eiser. Op 7 mei 2019 heeft deskundige K. Laanstra in opdracht van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (de TCMG) een adviesrapport uitgebracht naar aanleiding van de schadeopname van 18 april 2019.
201.2 Op 3 oktober 2019 heeft deskundige R. Buijs in opdracht van de TCMG een adviesrapport uitgebracht naar aanleiding van de schadeopname van 18 april 2019.
212. Bij het primaire besluit heeft verweerder aan eiser een schadevergoeding van
22€ 13.805,42 toegekend. Verweerder heeft hierbij bepaald dat de schadevergoeding bestaat uit een vergoeding voor het herstel van de schade ten bedrage van € 12.709,21, een vergoeding van bijkomende kosten ten bedrage van € 840,-- en de verschuldigde wettelijke rente ten bedrage van € 256,21. Verweerder heeft hierbij aangegeven dat deskundige R. Buijs, na herbeoordeling, heeft geconcludeerd dat voor de schades 2, 3 en 6 een causaal verband met mijnbouw niet valt uit te sluiten en bij de schades 1, 4, 5 en 7 wel. Echter de deskundige heeft het bewijsvermoeden ten aanzien van die laatste 4 schades, aldus verweerder, onvoldoende weerlegd en daarom wordt afgeweken van het advies van Buijs en worden ook de herstelkosten voor die schades vergoed.
233. Eiser heeft bezwaar ingesteld tegen het primaire besluit. Tijdens de bezwaarfase is door de bezwaaradviescommissie aan deskundige Frankort verzocht om nadere informatie. In zijn antwoord op 6 april 2020 heeft Frankort een begroting van kosten gemaakt waarin hij onder andere een post van € 1.000,-- voor ‘uitruimen, opslaan en inruimen woonkamer’ heeft opgenomen (de verhuiskosten).
244. In het advies van 15 mei 2020 heeft de bezwaaradviescommissie - onder meer en samengevat – uiteengezet dat in beginsel een schadevergoeding de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand dient te brengen waarin hij zou verkeren als de schadeveroorzakende gebeurtenis zou zijn uitgebleven. De omvang van de schade wordt bepaald door de vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest als het schadeveroorzakende feit niet had plaatsgevonden. Volgens de bezwaaradviescommissie is de door eiser ingebrachte offerte van Mulder gebaseerd op een herstelmethodiek die een verbetering van de bestaande situatie oplevert: het aanbrengen van een ander type vloer dan de huidig aanwezige Semcolori vloer leidt tot een wezenlijk ander resultaat. Hierdoor is er geen goede vergelijking mogelijk tussen de calculatie van Buijs en de offerte van Mulder, aldus de bezwaaradviescommissie.
254.1 In het bestreden besluit heeft verweerder - onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie - het bezwaar ongegrond verklaard.
26Beoordeling van het geschil
275. Eiser voert samengevat weergegeven aan dat hij de door verweerder berekende herstelkosten betwist en dat hij vergoeding wil van de kosten zoals die zijn opgenomen in de factuur van firma Mulder, alsmede van de door Frankort vermelde verhuiskosten.
286. Verweerder geeft in het verweerschrift - onder meer en samengevat - aan dat de door hem ingeschakelde deskundigen één uniform calculatiemodel hebben opgesteld waarmee herstelkosten worden begroot. Bij de ontwikkeling van dit model is ruimhartigheid het uitgangspunt geweest, zowel ten aanzien van de gehanteerde prijzen als ten aanzien van de tijd die noodzakelijk wordt geacht voor de uitvoering van de herstelwerkzaamheden. Uitgangspunt bij de begroting van (vermogens)schade is dat degene die schade heeft geleden zoveel als mogelijk moet worden teruggebracht in de toestand waarin hij zou hebben verkeerd als de schadeveroorzakende gebeurtenis zich niet zou hebben voorgedaan. Deskundige Buijs heeft voor de schades 4 en 5 een herstelmethodiek geadviseerd die uitgaat van “reparatie scheuren in dekvloeren” en het aanbrengen van een “speciedekvloer met betoonlook”. Bij het bepalen van de herstelkosten heeft Buijs gebruik gemaakt van het calculatiemodel. Deskundige Frankort heeft vervolgens nader gemotiveerd waarom het niet mogelijk is om voor de gecalculeerde bedragen voor schades 4 en 5 een nadere onderbouwing te geven. Vervolgens heeft Frankort uiteengezet dat eiser tot een hoger bedrag voor het herstellen van de schade komt doordat in de door eiser overgelegde offerte uit is gegaan van een duurdere herstelmethode, de Wall2floor-methode. Kosten van verbetering worden echter niet vergoed. Ten slotte wijst verweerder er op dat de vloer is aangebracht na aankoop van de woning in december 2015 en er zich nadien geen trillingen door aardbevingen hebben voorgedaan die enige kans geven op schade aan de woning.
297. Ter zitting heeft Frankort verklaard dat de huidige Semcolori vloer schade heeft opgelopen en dat deze schade vergoed dient te worden. De offerte is ook op deze schade gebaseerd. Er is schade vastgesteld in de Semcolori vloer, niet in de ondervloer, vergoeding op basis van toepassing van het Wall2floor-systeem is daarom niet aan de orde. Hierbij heeft Frankort aangegeven dat er na december 2015, het moment dat eiser de woning heeft gekocht en de vloer is gelegd, geen sprake is geweest van zodanig aardbevingen dat de ondervloer beschadigd kan zijn door trillingen van aardbevingen. Frankort heeft er hierbij op gewezen dat er sprake dient te zijn van bevingen van meer dan 2 mm/s om cosmetische scheuren te krijgen. De trillingen die bij de woning van eiser na december 2015 hebben plaatsgevonden hadden allen een trillingssnelheid van minder dan 2 mm/s.
308. De rechtbank overweegt als volgt.
319. De rechtbank stelt allereerst vast dat uitsluitend de hoogte van het schadebedrag met betrekking tot de schades 4 en 5 en de verhuiskosten in geschil zijn.
3210. Eiser werpt in beroep de vraag op wat het verschil is in de herstelkosten van de dekvloeren bij schade 4 en schade 5. Ook wijst hij er op dat bij deze schades, anders dan bij schade 1, geen werkwijze is aangegeven. Hij stelt zich hierbij op het standpunt dat als het onduidelijk is hoe de schade hersteld moet worden, ook niet kan worden vastgesteld welke kosten moeten worden vergoed. Dit betoog slaagt niet. Bij de vaststelling van de hoogte van de herstelkosten zijn de deskundigen uitgegaan van het calculatiemodel dat verweerder standaard gebruikt. De gehanteerde prijzen volgen uit dit systeem. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de schade op deze manier worden begroot. De rechtbank verwijst in dit verband naar haar uitspraak van 18 december 2020 (ECLI:NL:RBNNE: 2020:4535), waarin wordt ingegaan op de wijze waarop de in het model gehanteerde prijzen zijn vastgesteld en is geoordeeld dat die prijzen voldoende zijn onderbouwd. In eisers stellingen en stukken ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat dit model niet als basis voor de berekening mag worden gebruikt. Van belang is dat eiser de totstandkoming van prijzen in het model - gebaseerd op uniforme marktinformatie - niet heeft betwist en zijn betwisting vooral is gebaseerd op de factuur van de firma Mulder en een overzicht van werkzaamheden zoals die volgens eiser moeten plaatsvinden. Deze stukken, wat daar verder ook van zij, zijn ontoereikend om niet uit te gaan van de prijzen in het model. In zoverre treft het beroep dan ook geen doel.
3311. Eiser wordt ook niet gevolgd in zijn standpunt dat de in de factuur Mulder genoemde werkzaamheden moeten worden vergoed. Die kosten hebben betrekking op werkzaamheden aan de Semcolorinvloer en de ondervloer, waarbij wordt uitgegaan van toepassing van het Wall2floor systeem. Voor het herstel van de Semcolori vloer is het op zichzelf genomen, zo heeft eiser ter zitting ook verklaard, niet nodig dat er ook werkzaamheden aan de ondervloer plaatsvinden. Eiser wil toepassing van het Wall2floor systeem omdat daarmee wordt geborgd dat hij garantie heeft op de (onder)vloer. Daarmee wil hij meer dan een technisch herstel van de schade. Gesteld noch gebleken is echter dat de vergoeding van die kosten nodig is om er voor te zorgen dat eiser wordt teruggebracht in de toestand waarin hij had verkeerd als de schadeveroorzakende gebeurtenis zich niet had voorgedaan. Voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat niet alleen de Semcolori vloer maar ook de ondervloer is beschadigd, wordt die stelling niet gevolgd. Dergelijke schade blijkt niet uit de rapportages van de deskundigen, is door Frankort ter zitting ontkend en wordt door eiser niet onderbouwd.
3412. Het beroep treft wel doel voor zover het zich richt tegen het ontbreken in de begroting van de verhuisvergoeding. Op 6 april 2020 heeft Frankort in zijn begroting
35€ 1.000,- aan verhuiskosten opgenomen. De rechtbank stelt vast dat, zoals ter zitting ook door de gemachtigde van verweerder is bevestigd, in het primaire en bestreden besluit dit bedrag niet wordt genoemd. Ter zitting is namens verweerder verklaard dat het niet in de calculatie is meegenomen omdat die kosten nog niet zijn gemaakt. Die stelling is echter niet houdbaar: de kosten hoeven ook niet al te zijn gemaakt. De rechtbank houdt het er daarom voor dat sprake is van een verzuim en de verhuiskosten ten onrechte niet zijn toegekend.
36Het beroep wordt, gelet hierop, gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, voor zover daarin is bepaald dat eiser een schadevergoeding van in totaal € 13.805,42 wordt toegekend. De rechtbank zal met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zelf in de zaak voorzien en de toegekende schadevergoeding vermeerderen met € 1.000,--, tot een totaal van € 14.805,42, vermeerderd met wettelijke rente. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde deel van het bestreden besluit.
3713. Omdat de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.
3813.1 Met toepassing van artikel 8:75 van de Awb veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten in beroep. De kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) vastgesteld. Op grond van artikel 1, aanhef en onder d, van het Bpb ziet de rechtbank daarnaast aanleiding om de door eiser gemaakte reiskosten te vergoeden. In artikel 2, eerste lid, aanhef en onder d, van Bpb is voor de vergoeding van reiskosten artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 van overeenkomstige toepassing verklaard. Deze bepaling schrijft de volgende tarieven voor: reiskosten per openbaar vervoer laagste klasse dan wel een kilometervergoeding van € 0,28 per km als openbaar vervoer niet (voldoende) mogelijk is. De reiskosten van eiser stelt de rechtbank, op de voet van het Bpb vast op € 19,32. Hierbij is uitgegaan van een kilometervergoeding van € 0,28 per kilometer, nu het reizen met het openbaar vervoer voor eiser ten tijde van de zitting gelet op zijn medische situatie niet mogelijk was.
39Beslissing
40De rechtbank:
41- verklaart het beroep gegrond;
42- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin de hoogte van de schadevergoeding is
43vastgesteld op € 13.805,42;
44- bepaalt dat de aan eiser toe te kennen schadevergoeding € 14.805,42, bedraagt,
45vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag;
46- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het
47bestreden besluit;
48- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,-- aan eiser te vergoeden;
49- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 19,32.
50Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Dijkstra, rechter, in aanwezigheid van
51mr. S.I. Havinga, griffier, op 20 januari 2021. De uitspraak wordt
52openbaar gemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.
53griffier rechter
54Afschrift verzonden aan partijen op:
55Rechtsmiddel
56Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.