Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-NederlandTussenuitspraakWaardedalingTussenuitspraak

ECLI:NL:RBNNE:2017:68

Rechtbank Noord-Nederland · 11 januari 2017 · Eerste aanleg - meervoudig

Rb. Noord-Nederland 11 januari 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:68

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

Eigenaren vorderen van de NAM vergoeding van waardevermindering van hun woning en bedrijfspand door aardbevingen als gevolg van gaswinning. De rechtbank houdt de beoordeling aan in afwachting van de eindbeslissing van het gerechtshof in het hoger beroep tegen het vonnis van 2 september 2015 in de collectieve waardedalingszaak.

Citaat (regel 43)
“4.4. De rechtbank ziet in het voorgaande reden tot aanhouding van de verdere beoordeling, in afwachting van de eindbeslissing van het gerechtshof in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van 2 september 2015.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Waardedaling

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35)
      “3.1. [eiseres] c.s. vordert veroordeling van NAM, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 849.000,00 wegens waardevermindering van haar onroerend goed”
  • Kwesties

    • Civiel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43)
      “4.4. De rechtbank ziet in het voorgaande reden tot aanhouding van de verdere beoordeling, in afwachting van de eindbeslissing van het gerechtshof in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van 2 september 2015.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Gemachtigde

    • mr. S.G. Rissik · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13)
      “advocaat mr. S.G. Rissik te Roden,”
    • mr. R. van Tricht · advocaat · namens NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 19)
      “advocaat mr. R. van Tricht te Amsterdam.”
  • Bedrag

    • € 849.000,00 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35, r.o. 3.1)
      “tot betaling van € 849.000,00 wegens waardevermindering van haar onroerend goed”
    • € 745,50 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35, r.o. 3.1)
      “€ 745,50 ter zake de redelijke kosten ter vaststelling van de schade”
  • Ligging

    • Boven het Groningenveld

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 30, r.o. 2.3)
      “Deze onroerende zaken bevinden zich in het gebied waar zich als gevolg van gaswinning door NAM aardbevingen voordoen.”

Niet genoemd in de uitspraak: deskundigen, aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 4.3

    Goedgekeurd

    Dezelfde cruciale rechtsvragen liggen voor als in de collectieve waardedalingszaak; uit proceseconomie wacht de rechtbank op het hof.

    “stelt de rechtbank vast dat in beide zaken dezelfde voor de uitkomst cruciale rechtsvragen aan de orde zijn”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

De rechtbank houdt de beslissing aan in afwachting van de eindbeslissing in hoger beroep in een identieke zaak waarin de rechtbank uitspraak deed op 2 september 2015 (ECLI:NL:RBNNE:2015:4185)

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1vonnis
2RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
3Afdeling privaatrecht
4Locatie Assen
5zaaknummer / rolnummer: C/19/114009 / HA ZA 16-63
6Vonnis van 11 januari 2017
7in de zaak van
81 [eiseres] ,
9wonende te [woonplaats] ,
102. [eiser],
11wonende te [woonplaats] ,
12eisers, hierna: [eiseres] en [eiser] en samen [eiseres] c.s.,
13advocaat mr. S.G. Rissik te Roden,
14tegen
15de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
16NEDERLANDSE AARDOLIE MAATSCHAPPIJ B.V.,
17gevestigd te 's-Gravenhage,
18gedaagde, hierna: NAM,
19advocaat mr. R. van Tricht te Amsterdam.
201 De procedure
211.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
22de dagvaarding van 14 maart 2016;
23de conclusie van antwoord van 8 juni 2016;
24de conclusie van repliek van 14 september 2016;
25de conclusie van dupliek van 26 oktober 2016.
261.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
272 De feiten
282.1. Bij Koninklijk Besluit van 30 mei 1963 is aan de rechtsvoorgangster van NAM de concessie verleend gas te produceren uit het Groningenveld. Deze Concessie Groningen is in artikel 143 lid 2 sub a Mijnbouwwet (Mbw) gelijkgesteld met een winningsvergunning in de zin van de Mbw.
292.2. NAM en haar rechtsvoorgangster produceren sinds de concessieverlening gas uit het Groningenveld. Deze gasproductie veroorzaakt bodemdaling en aardbevingen.
302.3. [eiseres] is eigenaar van de woning aan de [adres] te [woonplaats] en [eiseres] c.s. is eigenaar van de woning met bedrijfsruimte aan de [adres] te [woonplaats] . Deze onroerende zaken bevinden zich in het gebied waar zich als gevolg van gaswinning door NAM aardbevingen voordoen.
312.4. Bij vonnis van 2 september 2015 (ECLI:NL:RBNNE:2015:4185) heeft de rechtbank Noord-Nederland in een zaak die door een aantal stichtingen tegen NAM was aangespannen voor recht verklaard:
32dat NAM aansprakelijk is voor de schade bestaande uit waardevermindering van de onroerende zaken gelegen in het gebied waar aardbevingen ten gevolge van gaswinning door NAM voorkomen, en dat die schade voor vergoeding in aanmerking komt ongeacht of er fysieke schade aan de onroerende zaken is opgetreden en ongeacht of de onroerende zaken al dan niet zijn verkocht
332.5. NAM heeft tegen het vonnis van 2 september 2015 hoger beroep ingesteld. De zaak is op dit moment aanhangig bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
343 Het geschil
353.1. [eiseres] c.s. vordert veroordeling van NAM, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 849.000,00 wegens waardevermindering van haar onroerend goed, € 745,50 ter zake de redelijke kosten ter vaststelling van de schade en van de proceskosten, vermeerderd met rente en kosten.
363.2. NAM voert verweer.
373.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
384 De beoordeling
394.1. [eiseres] c.s. vordert vergoeding van schade bestaande uit waardevermindering van haar onroerende zaken als gevolg van de gaswinning door NAM. Zij verwijst hierbij naar het vonnis van deze rechtbank van 2 september 2015. Volgens [eiseres] c.s. heeft, zolang nog niet in hoger beroep is beslist, te gelden wat de rechtbank heeft beslist. Het feit dat NAM hoger beroep heeft aangetekend, heeft naar haar mening geen formele gevolgen voor deze procedure.
404.2. NAM is van mening dat het vonnis van de rechtbank van 2 september 2015 is gebaseerd op de cruciale misvatting dat er in het aardbevingsgebied sprake zou zijn van een permanent of duurzaam aardbevingsrisico en dat daaraan de conclusie zou kunnen worden verbonden dat de waardedaling van individuele woningen eveneens een gegeven is. Het oordeel van de rechtbank kan daarom volgens NAM niet in stand blijven. Verder zou het vonnis praktisch onuitvoerbaar zijn. NAM stelt dat de beslissing van het gerechtshof in hoger beroep van cruciale betekenis zal zijn voor de beslissing die de rechtbank in de onderhavige zaak moet geven. NAM stelt daarom uit oogpunt van proceseconomie voor in de onderhavige zaak pas te beslissen nadat het gerechtshof in hoger beroep over de andere zaak heeft geoordeeld.
414.3. De grondslag van de vordering van [eiseres] c.s. is dezelfde als die waarop eisers in de zaak die leidde tot het vonnis van 2 september 2015 hun eis baseerden. Hoewel aan [eiseres] c.s. kan worden toegegeven dat de beslissing in die andere zaak formeel niet van belang is voor deze zaak, stelt de rechtbank vast dat in beide zaken dezelfde voor de uitkomst cruciale rechtsvragen aan de orde zijn en [eiseres] c.s. geen verweer heeft gevoerd tegen het argument van proceseconomie van NAM: door te wachten op de beslissing van het gerechtshof kan mogelijk worden voorkomen dat tegenstrijdige beslissingen worden gegeven en dat partijen onnodig genoodzaakt worden in hoger beroep te gaan.
42Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat in die andere zaak de eerste schriftelijke standpuntbepalingen zijn afgerond en dat het gerechtshof partijen heeft opgedragen in januari 2017 hun verhinderdata op te geven, opdat het gerechtshof een dag voor comparitie van partijen kan bepalen.
434.4. De rechtbank ziet in het voorgaande reden tot aanhouding van de verdere beoordeling, in afwachting van de eindbeslissing van het gerechtshof in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van 2 september 2015.
444.5. De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rol van 14 juni 2017. NAM zal worden opgedragen de rechtbank op die rol te informeren over de voortgang van de procedure bij het gerechtshof. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
455 De beslissing
46De rechtbank
475.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 14 juni 2017 voor het nemen van een akte door NAM over hetgeen is vermeld onder 4.5;
485.2. iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
49Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken, mr. E.W. van Weringh en mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2017.
50 
51[1] type: EW/279 coll: