Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdRechtbank Noord-NederlandCiviel (NAM)Overig

ECLI:NL:RBNNE:2016:5609

Rechtbank Noord-Nederland · 21 december 2016 · Eerste aanleg - meervoudig

Rb. Noord-Nederland 21 december 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:5609

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

De eigenaar van een boerderij boven het Groningenveld vorderde van NAM ruim 142.000 euro voor een gewapende betonplaat als preventieve maatregel tegen toekomstige aardbevingsschade (art. 6:184 BW), naast de al vergoede herstelkosten. De rechtbank neemt een ernstige dreiging aan, maar acht onvoldoende onderbouwd dat de maatregel redelijk is, en wijst de vorderingen af.

Citaat (regel 83)
“5.1. wijst de vorderingen af;”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Civiel (NAM)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 66, r.o. 4.1)
      “Daarmee baseert [eiser] zijn vordering op artikel 6:184 BW.”
  • Kwesties

    • Duurzaam herstel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 66, r.o. 4.1)
      “voor duurzaam en deugdelijk herstel is naar zijn mening het aanbrengen van de betonplaat vereist.”
    • Civiel

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 75, r.o. 4.4)
      “Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] aldus onvoldoende gemotiveerd waarom de betonplaat een redelijke maatregel als bedoeld in artikel 6:184 BW is.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

  • Uitspraak (dictum)

  • Gunstig voor

  • Toewijzing

  • Gemachtigde

    • mr. J.H. Linstra · advocaat · namens aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 11)
      “advocaat mr. J.H. Linstra te Groningen,”
    • mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk · advocaat · namens NAM

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 17)
      “advocaat mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk te Amsterdam.”
  • Deskundige

    • Arcadis · partijdeskundige · geen oordeel van de rechter

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 54, r.o. 2.4.6)
      “Naar aanleiding van de contra-expertise van [Y] en de schademelding in 2014 heeft Arcadis op 28 juli 2015 gerapporteerd”
    • overig ([Y]) · contra-expert · rechter volgt het advies niet

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 74, r.o. 4.4)
      “NAM heeft er terecht op gewezen dat [Y] in zijn rapport stelt dat de situatie voor ieder gebouw anders kan zijn”
    • Raadgevend Ingenieursbureau [X] & Partners B.V. · contra-expert · rechter volgt het advies niet

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 74, r.o. 4.4)
      “Van enig (redelijk) verband met het voorkomen of beperken van schade door dreigende aardbevingen aan het bestaande gebouw blijkt niets.”
    • overig ([Z]) · contra-expert · rechter volgt het advies niet

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 74, r.o. 4.4)
      “Hij gaat echter niet concreet in op de vraag waarom en hoe de betonplaat voor de boerderij een redelijke maatregel is”
  • Bedrag

    • € 18.029,91 · toegekend door het IMG

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 59, r.o. 2.5)
      “NAM heeft het bedrag van € 18.029,91 aan [eiser] vergoed.”
    • € 142.776,63 · gevorderd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 61, r.o. 3.1)
      “NAM veroordeelt tot betaling van € 142.776,63”
    • € 6.706,00 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 84)
      “5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van NAM tot op heden begroot op € 6.706,00”
  • Ligging

    • Boven het Groningenveld

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 29, r.o. 2.3)
      “De boerderij bevindt zich boven het Groningenveld, in het gebied waar zich als gevolg van gaswinning aardbevingen voordoen.”

Niet genoemd in de uitspraak: aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 4.3

    Goedgekeurd

    Gelet op een niet-betwiste beving van 3,1 op minder dan 2 km is sprake van een ernstige en onmiddellijke dreiging van schade in de zin van art. 6:184 BW.

    “Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom worden aangenomen dat sprake is van een ernstige en onmiddellijke dreiging dat schade zal worden veroorzaakt”
  2. r.o. 4.4

    Goedgekeurd

    De zeer kostbare betonplaat is niet als redelijke maatregel onderbouwd: geen constructieberekening, kosten onevenredig ten opzichte van de beperkte funderingsschade.

    “Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] aldus onvoldoende gemotiveerd waarom de betonplaat een redelijke maatregel als bedoeld in artikel 6:184 BW is.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

Redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van toekomstige schade in verband met bodembeweging door gaswinning. Art. 6:184 BW.

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1vonnis
2RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
3Afdeling privaatrecht
4Locatie Assen
5zaaknummer / rolnummer: C/19/111015 / HA ZA 15-151
6Vonnis van 21 december 2016
7in de zaak van
8[eiser] ,
9wonende te [woonplaats],
10eiser, hierna: [eiser],
11advocaat mr. J.H. Linstra te Groningen,
12tegen
13de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
14NEDERLANDSE AARDOLIE MAATSCHAPPIJ B.V.,
15gevestigd te Assen,
16gedaagde, hierna: NAM,
17advocaat mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk te Amsterdam.
181 De procedure
191.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
20de dagvaarding van 15 juli 2015;
21de conclusie van antwoord van 21 oktober 2015;
22de conclusie van repliek, tevens wijziging van eis, van 10 februari 2016;
23de conclusie van dupliek van 4 mei 2016;
24de akte uitlating producties van [eiser] van 15 juni 2016.
251.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
262 De feiten
272.1. Bij Koninklijk Besluit van 30 mei 1963 is aan de rechtsvoorgangster van NAM de concessie verleend gas te produceren uit het Groningenveld. Deze Concessie Groningen is in artikel 143 lid 2 sub a Mijnbouwwet (Mbw) gelijkgesteld met een winningsvergunning in de zin van de Mbw.
282.2. NAM en haar rechtsvoorgangster produceren sinds de concessieverlening gas uit het Groningenveld. Deze gasproductie veroorzaakt bodemdaling en aardbevingen.
292.3. [eiser] is eigenaar van de boerderij met landerijen gelegen aan de [adres] (hierna aangeduid als de boerderij). De boerderij bevindt zich boven het Groningenveld, in het gebied waar zich als gevolg van gaswinning aardbevingen voordoen.
302.4. [eiser] heeft in 2013 en in 2014 schade aan de boerderij gemeld bij NAM. Naar aanleiding daarvan zijn verschillende rapporten door deskundigen opgemaakt.
312.4.1. Naar aanleiding van de schademelding in 2013 heeft Arcadis een rapport d.d. 21 december 2013 opgemaakt (productie 2 bij dagvaarding). In dit rapport beschrijft Arcadis de door haar geconstateerde aardbevingsschade. Verder rapporteert Arcadis:
32De ernst en omvang van de schade is van dien aard dat er op dit moment geen sprake is van een gebrek aan samenhang van de constructie en evenmin een veiligheidsrisico.
332.4.2. Op verzoek van [eiser] heeft [Y] een contra-expertise verricht. Blijkens zijn rapport van 24 januari 2014 (productie 3 bij dagvaarding) constateerde [Y] op veel plaatsen aardbevingsschade aan de boerderij. Ten aanzien van een verticale scheur in de rechter zijgevel van het schuurgedeelte (blz. 9) en een verticale scheur in de linker zijgevel van het schuurgedeelte (blz. 17) acht [Y] het uitkappen van stenen van de funderingsvoet en herstel van metselwerk noodzakelijk.
34Verder merkt hij op dat herstel van bestaande schade gepaard zou moeten gaan met maatregelen om toekomstige schade zoveel mogelijk te voorkomen.
35Over maatregelen ter voorkoming van schade bij volgende aardbevingen schrijft [Y]:
36Een mogelijk relevante oplossing om schade aan gebouwen te voorkomen is het aanbrengen van een dikke betonvloer onder de fundering langs en onder het hele gebouw. (…)
37De maatregel kan niet garanderen dat bij een (zwaardere) aardbeving bestaande gebouwen geen schade meer lijden. Het risico op nieuwe schade zal echter aanzienlijk verminderen. De situatie kan voor ieder gebouw anders zijn. Per gebouw dient de situatie te worden opgenomen en door een constructeur een constructie berekening te worden gemaakt.
382.4.3. Arcadis heeft de bevindingen van [Y] verwerkt in haar rapport van 16 mei 2014 (productie 4 bij dagvaarding).
392.4.4. Raadgevend Ingenieursbureau [X] & Partners B.V. (hierna [X]) heeft op verzoek van [eiser] op 18 augustus 2014 gerapporteerd over haar geotechnisch onderzoek (productie 11A bij dagvaarding) en op 24 september 2014 een funderingsadvies gegeven (productie 11B bij dagvaarding). In het funderingsadvies is onder meer het volgende opgenomen:
40Aanleiding tot het funderingsadvies is de voorgenomen verbouw van de woning aan de [adres]. (…) In dit advies wordt ten behoeve van een voorlopig ontwerp, een toepasbare funderingswijze met te hanteren funderingsniveau aangegeven (…)
41De verbouwing bestaat onder andere uit het aanbrengen van een spouwmuur, geïsoleerde betonnen vloer en dakisolatie. (…)
42Gegevens betreffende funderingsbreedte, belastingen e.d. van de bestaande boerderij zijn bij ons bureau niet bekend. (…)
43Met betrekking tot de funderingswijze gaat de voorkeur van de opdrachtgever uit naar de toepassing van een fundering op staal door middel van een gewapende betonnen plaat. Gezien de aangetroffen bodemopbouw (…) kan de reeds voorgestelde funderingswijze (…) ons inziens voldoen.
442.4.5. Op verzoek van [eiser] heeft [Z] aan de hand van de hiervoor genoemde rapporten de schade aan de boerderij geanalyseerd. [Z] schrijft daarover op 9 juni 2015 (productie 12 bij dagvaarding):
45De schade manifesteert zich in de kap en het metselwerk van de gevels en de binnenmuren. (…)
46De oorzaak van de scheurvorming moet dan ook worden gezocht in de recente aardbevingen (…)
47Volgende trillingen en seismische horizontale belastingen zullen de reeds ontstane schade doen verergeren.
48Uit de bestudering van cijfermateriaal m.b.t. frequentie en intensiteit wordt duidelijk dat deze in het gebied van Schildwolde de afgelopen tijd aanzienlijk toeneemt in aantal en sterkte.
49Slochteren: 21 maart 2014 met magnitude 1,1 en op 2 juli 2014 met magnitude 2,1.
50Schildwolde: 11 maart 2014 met magnitude 2,3 en op 26 april 2014 met magnitude 1,3.
51Om deze reden zullen constructieve maatregelen getroffen moeten worden om de schades duurzaam en deugdelijk te herstellen. (…)
52Om toekomstige drukgolven te kunnen opvangen zal de huidige fundatie preventief versterkt moeten worden (…). dit kan gerealiseerd worden door in de woning en de schuur de gehele begane grondvloer uit te voeren als een gewapend betonnen fundatieplaat.
53De kosten van de voorgestelde fundering zijn door Bouwbedrijf [Q] B.V. begroot op € 105.255,00 exclusief BTW (productie 13 bij dagvaarding).
542.4.6. Naar aanleiding van de contra-expertise van [Y] en de schademelding in 2014 heeft Arcadis op 28 juli 2015 gerapporteerd (productie 9 bij conclusie van antwoord). Arcadis schrijft onder meer:
55Tussen contra-expert en inspecteur is overeenstemming verkregen over de schade, de schade-oorzaken alsook de herstelmaatregelen. (…)
56De ernst en omvang van de schade is van dien aard dat er op dit moment geen sprake is van een gebrek aan samenhang van de constructie en evenmin van een veiligheidsrisico. (…)
57Herstelkosten (…) Totaal € 18.029,91
58Arcadis maakt in dit rapport melding van aanvullende schade bestaande uit een scheur tot aan onderkant fundering (schadenummer 26, blz. 5 en 49).
592.5. NAM heeft het bedrag van € 18.029,91 aan [eiser] vergoed.
603 Het geschil
613.1. [eiser] vordert, na wijziging van eis, dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis NAM veroordeelt tot betaling van € 142.776,63, subsidiair tot herstel van de schade aan de boerderij conform de aanbevelingen van [Y], [X] en [Q] en tot betaling van buitengerechtelijke kosten van € 2.842,00, althans € 2.521,80, te vermeerderen met wettelijke rente en tot betaling van de proceskosten met wettelijke rente en de nakosten.
62[eiser] baseert zijn vordering op de stelling dat NAM aansprakelijk is voor de schade die hij door bodembeweging als gevolg van de gasproductie heeft geleden en dat NAM die schade duurzaam en deugdelijk moet herstellen. Dat betekent naar de mening van [eiser] dat NAM de schade dusdanig moet herstellen dat het risico op toekomstige schade geminimaliseerd wordt. Het aanbrengen van de door [Y], [X] en [Z] beschreven gewapende betonplaat moet volgens [eiser] worden aangemerkt als een redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van toekomstige schade. Dit temeer nu NAM, naar [eiser] stelt, de gasproductie heeft verplaatst in de richting van Schildwolde.
633.2. NAM voert verweer. Zij stelt dat er tussen partijen overeenstemming is over de omvang van de schade en zij heeft deze aan [eiser] vergoed. NAM betwist dat de betonplaat een redelijke maatregel is als bedoeld in artikel 6:184 BW. De maatregel is volgens NAM niet ingegeven door dreigende toekomstige aardbevingsschade, maar door het voornemen de boerderij te verbouwen. In geen van de deskundigenrapporten wordt geconcludeerd dat met betrekking tot de boerderij een veiligheidsrisico bestaat en NAM betwist dat het fundament van de boerderij als gevolg van aardbevingen zou zijn gescheurd.
643.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
654 De beoordeling
664.1. Tussen partijen is niet in geschil dat NAM op grond van artikel 6:177 BW aansprakelijk is voor de schade die [eiser] lijdt door beweging van de bodem als gevolg van gasproductie door NAM. De rechtbank begrijpt dat partijen het er ook over eens zijn dat de kosten van herstel van de door [eiser] geleden schade kunnen worden begroot op het door NAM uitgekeerde bedrag van € 18.029,91. [eiser] stelt echter dat herstel zonder daarbij een maatregel ter voorkoming van toekomstige aardbevingsschade te treffen waarschijnlijk zinloos is; voor duurzaam en deugdelijk herstel is naar zijn mening het aanbrengen van de betonplaat vereist. Daarmee baseert [eiser] zijn vordering op artikel 6:184 BW.
674.2. Artikel 6:184 BW bepaalt dat onder de schade waarvoor op grond van de artikelen 173-182 van boek 6 BW aansprakelijkheid bestaat ook vallen de kosten van iedere redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van schade door wie dan ook genomen, nadat een ernstige en onmiddellijke dreiging is ontstaan dat schade zal worden veroorzaakt die krachtens die artikelen voor vergoeding in aanmerking komt. Deze bepaling is een aanvulling op artikel 6:96 lid 2 BW en bij de toepassing ervan zijn de bepalingen van afdeling 6.1.10 BW van belang.
68Willen de in art. 6:184 BW bedoelde kosten voor vergoeding in aanmerking komen, dan is vereist dat het redelijk is de maatregel te treffen en dat de met de maatregel gemaakte kosten redelijk zijn.
69Voor het oordeel of het redelijk is de maatregel te treffen, is voldoende dat degene die de kosten maakt er op grond van de ten tijde van het maken van de kosten beschikbare gegevens in redelijkheid van mocht uitgaan dat schade dreigde. Het is niet van belang of achteraf, op grond van andere gegevens, kan worden vastgesteld dat schade zou zijn uitgebleven indien de preventieve maatregelen niet zouden zijn genomen (HR 19 september 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2433).
70Bij het oordeel of de met de maatregel gemaakte kosten redelijk zijn, is van belang of er sprake is van een redelijke verhouding tussen de omvang van de te verwachten kosten en de hoogte van de te verwachten schade. De rechtbank merkt hierbij op dat het niet alleen gaat om een financiële inkleuring. Ook het voorkómen van de door [eiser] aangevoerde overlast, gelegen in een herhaalde confrontatie met schade en de afhandeling daarvan, kan bijdragen aan de conclusie dat het redelijk is kosten van een bepaalde omvang te maken.
714.3. NAM erkent dat de boerderij zich bevindt in het gebied waar zich als gevolg van gaswinning aardbevingen voordoen. NAM heeft in haar conclusie van antwoord weliswaar (weinig gemotiveerd) gesteld dat de seismische dreiging in Schildwolde sterk is afgenomen, maar zij heeft [eiser]'s stelling dat op 30 september 2015 op minder dan 2 kilometer van de boerderij een aardbeving met een kracht van 3,1 op de schaal van Richter plaatsvond niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom worden aangenomen dat sprake is van een ernstige en onmiddellijke dreiging dat schade zal worden veroorzaakt waarvoor NAM op grond van artikel 6:177 BW aansprakelijk is. Dat betekent dat als [eiser] een redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van die schade neemt, NAM de kosten daarvan zal moeten vergoeden.
724.4. De vraag is echter of de door [eiser] gevorderde maatregel redelijk is.
73Bij de beoordeling daarvan acht de rechtbank allereerst van belang dat de voorgestelde maatregel zeer kostbaar is en de kosten van de tot nu toe gebleken schade vele malen overstijgt. [eiser] voert in dit verband aan dat naar zijn verwachting veel toekomstige schade kan worden voorkomen, maar hij specificeert dit niet. Hij heeft volstaan met in algemene termen te stellen dat de schade verergert. Gesteld noch gebleken is echter dat hij nieuwe schademeldingen heeft gedaan bij NAM, terwijl hij wel melding maakt van toegenomen seismische dreiging.
74De rechtbank stelt verder vast dat [eiser] zich baseert op de onder 2.4.2., 2.4.4. en 2.4.5 genoemde rapporten. De rechtbank wil op zichzelf wel aannemen dat het aanbrengen van een gewapende betonplaat de kans op toekomstige schade verkleint, maar daaruit vloeit nog niet voort dat het gaat om een redelijke maatregel als bedoeld in artikel 6:184 BW. NAM heeft er terecht op gewezen dat [Y] in zijn rapport stelt dat de situatie voor ieder gebouw anders kan zijn en dat per gebouw de situatie dient te worden opgenomen en dat een constructeur een constructieberekening moet maken. Ten aanzien van de boerderij ontbreekt echter een dergelijke berekening. Ook anderszins heeft [eiser] niets aangevoerd waaruit zou kunnen blijken dat het aanbrengen van een gewapende betonplaat ten aanzien van zijn boerderij de enig redelijke maatregel ter voorkoming van schade is. [X] beschrijft in haar rapporten de betonplaat als een door [eiser] opgegeven voorkeur voor een funderingswijze in relatie tot een voorgenomen verbouwing. Van enig (redelijk) verband met het voorkomen of beperken van schade door dreigende aardbevingen aan het bestaande gebouw blijkt niets. [Z] beredeneert in zijn rapport waarom de aangetroffen schade aardbevingsschade is en dat die bij volgende bevingen zal verergeren. Hij gaat echter niet concreet in op de vraag waarom en hoe de betonplaat voor de boerderij een redelijke maatregel is; van de door [Y] noodzakelijk geachte opname en berekening is geen sprake.
75Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] aldus onvoldoende gemotiveerd waarom de betonplaat een redelijke maatregel als bedoeld in artikel 6:184 BW is. Zijn enkele aanvulling op de aangehaalde rapporten, dat de deskundigen hem allen hebben verteld dat zij vinden dat de maatregel redelijk is, is niet genoeg. Zeker niet nu de rechtbank voor zover het gaat om schade aan het fundament van de boerderij slechts is gebleken van de onder 2.4.2. en 2.4.6. vermelde, relatief beperkte, schade en de kosten van de door [eiser] voorgestane maatregelen in dat perspectief als onevenredig hoog moeten worden aangemerkt.
764.5. Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat [eiser] niet heeft voldaan aan de op hem rustende stelplicht. Aan verdere bewijslevering wordt daarom niet toegekomen. De vordering zal worden afgewezen.
774.6. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NAM worden begroot op:
78- griffierecht € 3.864,00
79- salaris advocaat 2.842,00 (2,0 punten × tarief € 1.421,00)
80Totaal € 6.706,00
815 De beslissing
82De rechtbank
835.1. wijst de vorderingen af;
845.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van NAM tot op heden begroot op € 6.706,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
855.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
86Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken, mr. J.E. Biesma en mr. E.W. van Weringh en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2016.
87 
88[1] type: EW/279 coll: