Naar de inhoud
Uitsprakenmonitor mijnbouwschade
GoedgekeurdGerechtshof Arnhem-LeeuwardenOverig (raakt mijnbouwschade)Hoger beroep: uitspraak bevestigd

ECLI:NL:GHARL:2017:9613

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 november 2017 · Hoger beroep

Hof Arnhem-Leeuwarden 7 november 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9613

Samenvatting

RedactioneelGoedgekeurd

WOZ-zaak: in bezwaar was de waarde verlaagd met de bij de NAM gemelde aardbevingsschade van € 15.000. Het hoger beroep van de heffingsambtenaar ging alleen over de bezwaarkosten. Het hof oordeelt dat de te hoge waarde aan de heffingsambtenaar te wijten is, bevestigt de vergoeding van de bezwaarkosten en veroordeelt hem in de proceskosten.

Citaat (regel 34, r.o. 4.3)
“Het Hof is daarom van oordeel dat sprake is van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid.”
Samenvatting en labels zijn redactioneel; de uitspraak zelf is leidend.

Feiten uit de uitspraak

  • Onderwerp

    • Overig (raakt mijnbouwschade)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28, r.o. 3.1)
      “In hoger beroep is uitsluitend in geschil of aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toekomt in verband met de behandeling van het bezwaar”
  • Kwesties

    • Procedureel (Awb)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 35, r.o. 4.4)
      “Indien, zoals in het onderhavige geval, sprake is van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid bij het nemen van een besluit, dienen de kosten van het tegen dat besluit gerichte bezwaarschrift door het bestuursorgaan te worden vergoed.”
  • Wie stelde (hoger) beroep in

    • IMG (of de minister)

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 7)
      “de heffingsambtenaar van de gemeente Slochteren (hierna: de heffingsambtenaar)”
  • Uitspraak (dictum)

    • Hoger beroep: uitspraak bevestigd

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 43)
      “– bevestigt de uitspraak van de Rechtbank,”
  • Gunstig voor

    • Aanvrager

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 37, r.o. 4.4)
      “Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond”
  • Toewijzing

    • Niet van toepassing

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 28, r.o. 3.1)
      “In hoger beroep is uitsluitend in geschil of aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toekomt in verband met de behandeling van het bezwaar”
  • Bedrag

    • € 15.000,00 · overig

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 19, r.o. 2.3)
      “Belanghebbende heeft een aardbevingsschade van € 15.000 bij de NAM gemeld.”
    • € 764,25 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 13, r.o. 1.3)
      “de proceskostenvergoeding in bezwaar vastgesteld op € 764,25”
    • € 248,00 · proceskosten

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 44)
      “veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 248 en”
    • € 503,00 · griffierecht

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 45)
      “griffierecht zal worden geheven van € 503.”
  • Ligging

    • Boven het Groningenveld

      Goedgekeurd
      Citaat (regel 18, r.o. 2.2)
      “De onroerende zaak is gelegen in het gaswinningsbied van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM).”

Niet genoemd in de uitspraak: gemachtigden, deskundigen, aantal schades, trillingssterkte, plaats, datum besluit op bezwaar.

Elk feit staat letterlijk in de uitspraak; klap het citaat open voor de vindplaats.

Kernoverwegingen

  1. r.o. 4.3

    Goedgekeurd

    De aardbevingsschade bestond al op de waardepeildatum en was niet verwerkt, zodat de WOZ-waarde bij de beschikking te hoog was vastgesteld.

    “Nu voormelde schade heeft geleid tot een waardevermindering van de woning, was bij de beschikking de waarde te hoog vastgesteld.”
  2. r.o. 4.3

    Goedgekeurd

    Door de kans op een te hoge waarde bewust te aanvaarden heeft de heffingsambtenaar niet de normale zorgvuldigheid betracht; dit is een hem te wijten onrechtmatigheid.

    “Het Hof is daarom van oordeel dat sprake is van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid.”
  3. r.o. 4.4

    Goedgekeurd

    Belanghebbenden hoeven geen gebruik te maken van een coulanceregeling in plaats van bezwaar.

    “zijn niet gehouden in plaats daarvan of voorafgaand daaraan gebruik te maken van een coulanceregeling.”

Inhoudsindicatie van de Rechtspraak

De WOZ waarde van woning met aardbevingsschade is te hoog vastgesteld. Gemeente heeft beleid dat met dergelijke schade rekening wordt gehouden als deze door belanghebbenden na ontvangst van de WOZ beschikking wordt gemeld. Met deze werkwijze aanvaardt de heffingsambtenaar de niet denkbeeldige kans dat de waarde tot een te hoog bedrag zou worden vastgesteld. Belanghebbende heeft recht op vergoedin…

Volledige tekst

Tekst van rechtspraak.nl (CC0). Elke regel heeft een eigen adres, bijvoorbeeld #r12.

1GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
2locatie Leeuwarden
3nummer 16/01146
4uitspraakdatum: 7 november 2017
5Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer
6op het hoger beroep van
7de heffingsambtenaar van de gemeente Slochteren (hierna: de heffingsambtenaar)
8tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 augustus 2016, nummer LEE 15/3841, ECLI:NL:RBNNE:2016:3671, in het geding tussen de heffingsambtenaar en
9[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
101 Ontstaan en loop van het geding
111.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 24 te [Z] (de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2014 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2015 vastgesteld op € 390.000.
121.2. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de eerder vastgestelde waarde verminderd tot € 375.000. De heffingsambtenaar heeft daarbij besloten geen vergoeding toe te kennen voor de kosten van het bezwaar.
131.3. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, de beslissing van de heffingsambtenaar inzake de vergoeding van de kosten van het bezwaar vernietigd en de proceskostenvergoeding in bezwaar vastgesteld op € 764,25, onder veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende in beroep ten bedrage van € 1.022,25; tevens gelastte de Rechtbank dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 45 aan hem vergoedt.
141.4. De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft uitsluitend ter zitting verweer gevoerd.
151.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 september 2017. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.
162 Vaststaande feiten
172.1. De onroerende zaak is een vrijstaande woning uit circa 1996, met een garage. De woning heeft een inhoud van ongeveer 692 m³. De onroerende zaak heeft een kaveloppervlakte van ongeveer 1545 m².
182.2. De onroerende zaak is gelegen in het gaswinningsbied van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM). Als gevolg van de gaswinning doen zich in dit gebied aardbevingen voor. De onroerende zaak bevindt zich in het aardbevingsgebied zoals aangewezen door de Commissie Meijer in het Eindadvies van 1 november 2013, alsmede in het "risicogebied" zoals aangemerkt door de NAM in haar 'Regeling waardedaling'.
192.3. Belanghebbende heeft een aardbevingsschade van € 15.000 bij de NAM gemeld.
202.4. De heffingsambtenaar heeft beleid geformuleerd aan de hand waarvan belastingplichtigen die aardbevingsschade bij de NAM of Centrum Veilig Wonen (CVW) hebben gemeld en van de NAM of CVW een schaderapport hebben ontvangen, het in het rapport vermelde schadebedrag in mindering kunnen laten brengen op de voor het belastingjaar 2015 vastgestelde WOZ-waarde. Het schadebedrag komt volgens dit beleid voor aftrek in aanmerking als de aardbevingsschade nog niet is hersteld en er overeenstemming is tussen de betreffende belastingplichtige en de NAM of CVW over het schadebedrag. Daartoe kunnen belastingplichtigen een verzoek indienen in het jaar 2015. Dit beleid is voorafgaand aan het vaststellen van de WOZ-beschikkingen vastgesteld en als bijsluiter bij de WOZ-beschikking kenbaar gemaakt.
212.5. In de evenvermelde bijsluiter is – onder meer – het volgende vermeld:
22„Aardbevingsschade en WOZ waarde
23Heeft u aardbevingsschade gemeld bij de NAM of Centrum Veilig Wonen en heeft u inmiddels een schaderapport, geeft u dit dan door aan de gemeente. (Het gaat om aardbevingsschade die nog niet is hersteld). Het schadebedrag wordt dan afgetrokken van de WOZ waarde voor 2015. Dit kan per post of per mail.
24Heeft u aardbevingsschade gemeld, maar komt u er samen met de NAM niet uit, dan wil de gemeente ook hier graag van op de hoogte worden gebracht”.
252.6. De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar beleidsmatig een aftrek op de waarde per waardepeildatum 1 januari 2014 toegepast ter grootte van de kosten die zijn gemoeid met het herstel van de zichtbare fysieke aardbevingsschade (€ 15.000). De waarde van de onroerende zaak, € 390.000, is met dit bedrag verminderd.
262.7. De Rechtbank heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar, gelet op de door hem overgelegde waardematrix en de toelichting daarop ter zitting, aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak niet te hoog is vastgesteld. Voorts heeft de Rechtbank geoordeeld dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van de proceskosten voor de bezwaarfase.
273 Geschil
283.1. In hoger beroep is uitsluitend in geschil of aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toekomt in verband met de behandeling van het bezwaar, welke vraag door de heffingsambtenaar ontkennend en door belanghebbende bevestigend wordt beantwoord.
293.2. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de genomen WOZ-beschikking niet kan worden aangemerkt als een onrechtmatig besluit. Van de gemeente kon niet worden verwacht dat zij in de eerste acht weken van het kalenderjaar alle schadegevallen in kaart zou brengen. Bij de beschikking was een bijsluiter gevoegd, waarin staat dat belastingplichtigen schade konden melden. Belanghebbende hoefde de kosten van bezwaar niet te maken om de schade in aanmerking te laten komen. De jurisprudentie inzake de vergoeding van proceskosten voor de bezwaarfase is te ruimhartig voor belanghebbende.
303.3. Belanghebbende heeft het standpunt van de heffingsambtenaar gemotiveerd betwist.
314 Beoordeling van het geschil
324.1. Het Hof leest het dictum van de Rechtbank aldus, dat na het eerste gedachtestreepje het beroep tegen de uitspraak op bewaar ongegrond wordt verklaard voor zover die betrekking heeft op de daarbij vastgestelde waarde.
334.2. Bij de uitspraak op bezwaar is het bedrag van de door belanghebbende door de aardbeving geleden schade in mindering gebracht op de bij de beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak. De Rechtbank heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van € 375.000 niet te hoog is vastgesteld. Geen van beide partijen heeft de juistheid van de aldus vastgestelde waarde in hoger beroep betwist. Daarmee staat deze vast.
344.3. Vaststaat dat de aardbevingsschade reeds op de waardepeildatum aanwezig was en dat daarmee bij het vaststellen van de waarde geen rekening is gehouden. Nu voormelde schade heeft geleid tot een waardevermindering van de woning, was bij de beschikking de waarde te hoog vastgesteld. Ten tijde van het nemen van die beschikking bestond bij de gemeente reeds beleid ten aanzien van de melding door belastingplichtigen van door de aardbeving ontstane schade. Dit betekent dat de heffingsambtenaar bij het nemen van de beschikking zich ervan bewust moet zijn geweest dat beschikkingen als de onderhavige te hoog zouden worden vastgesteld, en dat dat bij de onderhavige beschikking ook het geval zou kunnen zijn, hetgeen achteraf inderdaad het geval blijkt te zijn. Door aldus - in plaats van zich ervan op de hoogte te stellen of en tot welk bedrag schade aan de onroerende zaak was opgetreden - reeds bij het nemen van de beschikking de geenszins denkbeeldige kans te aanvaarden dat daarbij de waarde tot een te hoog bedrag zou worden vastgesteld, heeft de heffingsambtenaar niet de normale zorgvuldigheid betracht die van hem bij het vaststellen van de waarde mocht worden verwacht. Het Hof is daarom van oordeel dat sprake is van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid. Daaraan doet niet af dat zich, zoals de heffingsambtenaar heeft gesteld, uitvoeringsproblemen zouden voordoen bij het inventariseren van de in de gemeente opgetreden schade als gevolg van aardbevingen en bij het tijdig nemen van alle WOZ-beschikkingen in de gemeente.
354.4. Indien, zoals in het onderhavige geval, sprake is van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid bij het nemen van een besluit, dienen de kosten van het tegen dat besluit gerichte bezwaarschrift door het bestuursorgaan te worden vergoed. Belanghebbenden zijn op grond van de wet gerechtigd rechtsmiddelen tegen besluiten van bestuursorganen in te stellen, en zijn niet gehouden in plaats daarvan of voorafgaand daaraan gebruik te maken van een coulanceregeling. Dat belanghebbende in het onderhavige geval voor het indienen van het bezwaarschrift een beroepsmatige rechtsbijstandverlener heeft ingeschakeld, is niet onredelijk.
36Slotsom
37Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond
385 Griffierecht en proceskosten
395.1 Het Hof stelt de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het hoger beroep heeft moeten maken overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 248 voor de kosten in hoger beroep (1 punt voor het bijwonen van de zitting, wegingsfactor 0,5  € 495).
405.2 Tevens zal van de heffingsambtenaar na onherroepelijk worden van deze uitspraak een griffierecht worden geheven van € 503.
416 Beslissing
42Het Hof:
43– bevestigt de uitspraak van de Rechtbank,
44– veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 248 en
45– bepaalt dat van de heffingsambtenaar op het moment dat deze uitspraak onherroepelijk is komen vast te staan een griffierecht zal worden geheven van € 503.
46Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. baron van Knobelsdorff, voorzitter, mr. G.B.A. Brummer en mr. E. Polak in tegenwoordigheid van mr. H. de Jong als griffier.
47De beslissing is op 7 november 2017 in het openbaar uitgesproken.
48De griffier, De voorzitter,
49(H. de Jong) (J.W. van Knobelsdorff)
50Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 8 november 2017
51Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
52de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),
53Postbus 20303,
542500 EH DEN HAAG.
55Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
561. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
572 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
58a. de naam en het adres van de indiener;
59b. de dagtekening;
60c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
61d. de gronden van het beroep in cassatie.
62Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.